In de vorige afleveringen interviewden we Klaas Herrema, Cheraldine Osepa, Frank van Vliet,  Deyar Jaff en Ingrid Lips. Deze keer spreken we met Timo Töns. In zijn introductie op de website van GroenLinks-Delft stelt hij onder meer: ‘Vanaf mijn geboorte tot vandaag heb ik altijd in Delft gewoond. Ik ken de stad op talloze manieren. Op dit moment studeer ik aan de TU. Daar houd ik mij bezig met het ontwerpen van moderne infrastructuur. Denk aan hoe we de stad een betere kunnen maken voor fietsers. Daarnaast (…): studenten vormen een groot deel van Delftse inwoners. Ik vind het dan ook belangrijk dat er studenten in de raad zitten. Graag ga ik die uitdaging aan. De komende vier jaar wil ik me hard inzetten om Delft een nog groenere, socialere en leukere stad te maken.’

Hoe heb je deze raadsperiode ervaren?

Ik vond het heel tof dat je er over onderwerpen zit te vergaderen en er vervolgens verschil kunt maken. Vooraf had ik een beeld van het werk van de raad dat wat praktischer was dan het bleek te zijn. Niet vooral over losliggende stoeptegels of zo, maar verrassend veel over regelgeving en de onderliggende vragen. Kwesties zoals de afweging tussen het geluidsniveau in de binnenstad en het plezier van mensen in hun vrije tijd. Het raadswerk is dus nog interessanter dan ik had verwacht.
Dat we door corona ineens niet meer als raad en als fractie bij elkaar kwamen, vond ik erg jammer: het face to face-contact en het napraten ervaarde ik altijd als nice. En het was gemakkelijker verbinding te vinden, ook waar je ideeën van elkaar afwijken.

Als je een onderdeel van je raadswerk eruit zou moet pikken, wat zou dat dan zijn?

Dat is zeker het mobiliteitsplan (zie: https://delft.groenlinks.nl/nieuws/mobiliteit-van-de-toekomst , red). Het was mooi dat ik door mijn opleiding een kenner ben, die er nu politiek iets van moest vinden.  Vanuit het vakgebied gaat het meer over al vastgestelde doelstellingen, bij het maken van het plan ging het er juist om af te wegen en doelen vast te stellen.
De eerste versie van het mobiliteitsplan sloot al goed aan bij wat wij wilden – 90% konden we zo afvinken - maar we hebben dat als GroenLinks nog wel wat kunnen aanscherpen. Dat fietsers en voetgangers op plaats één komen staat volgens mij letterlijk in ons verkiezingsprogramma. Samen met Frank van Vliet hebben we gezorgd voor wandelroutes omgeven door groen. Ik maakte me sterk voor de fijnmazigheid van fietspaden. Op het laatste moment is het gelukt extra fietsverbindingen in de visie op te nemen.
Het plan is vastgesteld voor de periode tot 2040, en dat het voor zo’n lange termijn is vind ik misschien nog wel het vetst. Bij de afvalproblematiek bereiken we ook dingen, maar daar ligt het over vijf jaar misschien wel weer anders.

Een van de fijnste dingen die ik voor elkaar kreeg was een maatregel voor verkeer in de buitengebieden. Voor de verschillende wegen stond oorspronkelijk in het plan dat daar 60 km per uur zou gaan gelden. Dat zou duurzaam veilig zijn.
Het zijn echter maar smalle wegen. Over de weg door de Kerkpolder waren bijvoorbeeld al veel klachten. Wij vroegen ons af: waarom 60 km? Waarom worden het geen fietsstraten waar auto’s te gast zijn en 30 km de maximumsnelheid is. De motie over 30 km is aangenomen.  Van Abtswoude buiten de bebouwde kom hadden we trouwens al eerder 30 km weten te maken, terwijl eerst gezegd werd: “buiten de bebouwde kom 30? Dat kan niet.” Kan niet, bestaat niet.

Waar moet GroenLinks volgens jou de komende jaren scherp op letten?

Sowieso heel goed in de gaten houden wat er met vastgestelde plannen in de praktijk gebeurt. Dat dit nodig is, kun je bijvoorbeeld zien aan de discussies over het Delflandplein. Daar is uiteindelijk door de raad gekozen om de rotonde eenrichtingsverkeer voor fietsers te maken, terwijl in het mobiliteitsplan niet bepaald staat dat de mogelijkheden voor fietsers moeten worden ingeperkt.
Een gevaar is dat er weinig geld beschikbaar is. Dan is het de uitdaging om toch prioriteit te geven aan de vastgelegde visie. Bij het Delflandplein is eenrichtingsverkeer voor fietsers de goedkoopste oplossing, en dat gaat ten koste van de visie.
   

Kleuren deze jaren in de raad ook je kijk op je vak?

Ik had een tijdje terug een mondeling tentamen over de samenhang van technische en politieke afwegingen in mobiliteit. Een vraag ging onder andere over deelfietsen en scooters, en daar wist ik door de debatten in Delft over Mobike natuurlijk veel van.
Als professional wil ik me bezig gaan houden met infrastructuur, vooral met de afweging van strategie en techniek in het openbaar vervoer. Veel professionals vliegen dat technisch aan. Als ik straks een nieuwe spoorlijn moet intekenen, vraag ik me zeker af hoe het past in de stad en wat het betekent op de lange termijn. Een voorbeeld van dat laatste zou kunnen zijn het alvast rekening houden met spoortunneltjes die later nodig zullen zijn, en ze alvast intekenen.   

Je hebt je ook beziggehouden met de afvalproblematiek in de stad. Hoe ging dat?

De invoering van het nieuwe inzamelen (HNI) gaat gestaag en sinds kort is dit ook in de Voorhof ingevoerd. Dit houdt in dat in het grootste deel van Delft voorscheiding is ingevoerd en dus de PMD-stroom niet meer met het restafval afgevoerd hoeft te worden. Voorscheiding levert over het algemeen betere resultaten dan nascheiden en heeft dus mijn voorkeur.
Ook is er nu een plan voor gescheiden afval in een deel van de binnenstad in de maak. Het wordt nog een lastig debat, omdat de mogelijkheden voor voorscheiden beperkt zijn. Het voorstel is nu om groenafval en papier gescheiden op te halen, echter zal het PMD en restafval nagescheiden moeten worden om het voorstel betaalbaar te houden.

Wat staat er de komende maanden en jaren in jouw portefeuilles op stapel?

Binnenkort gaat de raad het nog hebben over autoluw in de binnenstad. Aan bod komen dan zeker ook vragen over wat we willen doen met de parkeervakken: in plaats van auto’s meer groen of bankjes? Het wordt een interessant stuk, het laatste grote stuk dat ik nog zal krijgen.
Komende jaren zal dit gesprek ook gevoerd moeten worden over andere wijken. Moet daar autoverkeer onbeperkt toegang hebben? Of moeten we daar ook centrale parkeervoorzieningen maken, wat ook het installeren van laadpalen voor elektrische auto’s eenvoudiger maakt.
Wat betreft afval zal het een uitdaging worden hoe we van de huidige 200 kg afval per huishouden terug kunnen naar 100 kg. Het groenafval scheiden is daarbij belangrijk, en natuurlijk ook het consumptiegedrag. Dat laatste is natuurlijk erg ingewikkeld. We zullen daarover moeten nadenken, maar mensen aanspreken op gedrag ligt moeilijk in de raad.

Ben je tevreden over wat je hebt kunnen doen?    

Soms is het jammer dat het een parttime baan is. Als je er fulltime mee bezig kon zijn, zou je veel meer initiatieven kunnen nemen, meer kunnen lezen, met meer mensen kunnen gaan praten.