Wethouder Stephan Brandligt over besturen in crisistijd

Toen Mark Rutte in maart de lockdown aankondigde, was het alle hens aan dek bij de Gemeente Delft. Ook de Delftse GroenLinks-wethouder Stephan Brandligt maakt lange dagen in deze tijden van crisis. “Ik navigeer tussen branden blussen en voorzichtig denken: ‘hoe nu verder?’”

Welke branden heeft de gemeente tot nu toe geblust?

“Allereerst moet je zorgen voor basale zaken: dat mensen kunnen eten en een dak boven hun hoofd houden. Wij hebben dus een loket voor ondernemers geopend die in de problemen zijn gekomen. Hier hebben inmiddels al 1500 ondernemers tijdelijke uitkering aangevraagd die het Rijk dan betaalt. Ook burgers kunnen bij ons bijstand aanvragen, of uitstel van betaling van de gemeentebelastingen. En kinderen kunnen een computer of laptop aanvragen om thuis te kunnen leren.”

Dat klinkt als veel organisatie in korte tijd.

“Inderdaad, deze nieuwe loketten vroegen ook wat reorganisatie van het gemeentepersoneel: er zijn nu extra mensen nodig om al die aanvragen te verwerken. Gelukkig ging dat vrij snel heel goed. Een overheid moet altijd blijven functioneren, juist in tijden van crisis. Hierdoor kunnen de noodzakelijke dingen toch doorgaan. Ik ben er bijvoorbeeld trots op dat het tot nu toe lukt om de vuilnisophaaldienst door te laten gaan, ondanks het ziekteverzuim. Gelukkig meldden zich veel extra chauffeurs aan. Ook de Delftse voedselbank is tot nu toe nog open gebleven.”

Wat zijn de economische gevolgen voor de gemeente?

“Gemeente moet nu veel geld uitgeven, en loopt tegelijk veel inkomsten mis. De parkeergarages staan bijvoorbeeld leeg, terwijl de vaste lasten hiervoor wel doorlopen. Ook leges voor evenementen worden niet meer betaald. En dat terwijl Delft er al financieel niet goed voorstond. Dat baart me wel zorgen. Aan de andere kant moet je als gemeente nu echt investeren, ook na de quarantaine. In de financiële crisis van 2008 hebben we dat niet gedaan, waardoor de crisis nog langer duurde. Dat moet nu anders.”

Voorlopig zitten we allemaal thuis, in elk geval tot 28 april. Wat verwacht je daarna?

“Op 21 april gaat de Rijksoverheid vertellen wat er gaat gebeuren; dat wordt een spannend moment. Ik denk dat de maatregelen nog wel verlengd worden. Wij hopen als gemeente dat als eerste de scholen weer open mogen. Dat is belangrijk, met name voor de kinderen die in een lastige thuissituatie zitten. Maar in alle gezinnen lopen de spanningen nu op. Als de kinderen weer een deel van de week naar school kunnen, geeft dat de ouders ook wat lucht.”

Biedt deze crisis ook kansen voor Delft?

“Als je ziet hoe makkelijk veel mensen kunnen thuiswerken, dan biedt dan wel mogelijkheden voor bijvoorbeeld de mobiliteitsvisie. We zijn nu steeds verkeersknelpunten aan het oplossen, maar als mensen meer thuiswerken, kunnen we de openbare ruimte misschien toch anders gaan indelen.

Ook is er duidelijk veel behoefte aan lokale initiatieven. Dit sluit aan bij duurzaamheid: stroom wordt lokaal opgewerkt, mensen kopen streekproducten. En de circulaire economie, waarbij grondstoffen worden hergebruikt en we dus minder afhankelijk zijn van andere landen, moet nu echt versneld worden doorgezet. We zijn nu aan het nadenken hoe we burgers hierbij kunnen betrekken.”

Je hebt de energietransitie in je portefeuille. Hoe loopt dat nu?

“Nu de quarantaine wat langer duurt, proberen veel mensen hun werk toch weer op te pakken. Ik merk dat mensen nog steeds enthousiast zijn over de regionale energiestrategie, waarbij Delft een warmtenet wil gaan aanleggen en inzet op zonnepanelen op daken. Dat enthousiasme is misschien nu zelfs wel groter: door de crisis zien veel mensen nog beter in hoe belangrijk verduurzaming is.”

 

Door Mariëtte Bliekendaal