ALGEMENE BESCHOUWINGEN BEGROTING
De uitdaging van de creatieve stad
In de gemeenteraad vonden donderdag 23 september de algemene beschouwingen plaats van de begroting 2005-2008 van de gemeente Delft. Fractievoorzitter Wim Bot trachtte namens GroenLinks een luchtige beschouwing uit te spreken. Dat is niet gemakkelijk met het huidige kabinetsbeleid, maar ook niet door het beleidChinees en de ondertoon van ‘moeten’ die in de begroting zijn te lezen.
Kern van het betoog in eerste termijn zijn zes creatieve uitdagingen, gesteld aan de stad Delft voor het komende jaar. In navolging van de Amerikaanse econoom Richard Florida stellen wij dat steden met voldoende creativiteit grote aantrekkingskracht hebben op bedrijven. Een stad die de zogenaamde ‘creatieve klasse’ aan zich wil binden moet dan ook creatieve oplossingen voor de toekomst weten te vinden.
Over de zes creatieve uitdagingen is een folder gemaakt die donderdagavond aan de aanwezigen in het stadhuis is uitgereikt.
De volledige tekst van de GroenLinks beschouwing, zoals uitgesproken, is hieronder te lezen.
De uitdaging van de creatieve stad.
Eerste termijn GroenLinks programmabegroting, 23 september 2004 (Wim Bot)
Voorzitter,
Bij de voorbereiding van deze eerste termijn vroeg mijn fractie me dringend: maak er nou eens niet zo’n ernstig GroenLinks-verhaal van waarin de wereld nog één maal wordt gewaarschuwd, maak het nou speciaal voor de nieuwe burgemeester eens wat luchtiger, kom eens los van de grond en van de waan van alledag.
Kabinet als stoorzender
Voorzitter, u begrijpt, dat valt niet mee voor mij. En al helemaal niet met dit kabinetsbeleid. Bezuinigingen op sociaal gebied die later tot extra kosten leiden. Kortingen op het gemeentefonds. Maximering van de OZB-tarieven. De afschaffing van de gebruikers-OZB die wel uitgesteld maar niet van tafel is. Geen duidelijkheid over mogelijke andere lokale belastingen. Gemeenten die in hun financiële en beleidsautonomie beperkt worden. Een concept Wet Maatschappelijke Ondersteuning, met ingewikkelde nieuwe zorgtaken zonder afdoende gelden. Voorzitter, ik vraag mijn eigen fractie: als de apolitieke VNG al naar het Malieveld gaat, hoe kan GL dan een luchtig verhaal houden.
Creatieve klasse
Goed, ik doe toch mijn best om wat losser, wat luchtiger te zijn. De programmabegroting staat al zo vol met verplichtingen, met “moetjes”. Wij willen “ont-moeten”, wij willen “mogen”. Los van de grond, dat kwamen wij in ieder geval tijdens een recent fractiebezoek aan Bacinol, bovenin, met een magistraal uitzicht over de stad. Wij werden daar door onze gesprekspartners gewezen op het belang van de ‘creatieve klasse’ in de dynamiek van de stedelijke ontwikkeling. In navolging van de Amerikaanse econoom Richard Florida stellen wij dat steden met voldoende creativiteit grote aantrekkingskracht hebben op bedrijven. Bedrijven komen in dat geval naar de werkers toe en niet andersom. Juist in het tijdperk van globalisering wordt het lokale weer een onderscheidend criterium. Een regio die in staat is talent en creatieve kwaliteit aan zich te binden en zich daarmee te profileren, heeft een sterkere concurrentiepositie op de markt dan een regio waar het talent na het afstuderen vertrekt. Het scheppen van goede condities voor creatief talent is cruciaal voor de aantrekkelijkheid van de regio als vestigingsplaats voor innovatieve bedrijven.
Bacinol, Lijm en Cultuur en Vermeercentrum
Bacinol zelf is een goed voorbeeld van zo’n creatieve ontmoetingsplaats, net als het toekomstige Lijm en Cultuur in de Gelatinefabriek. Prima voorbeelden ook van slagvaardig en creatief handelen door de gemeente, in samenwerking met anderen. Nóg een goed voorbeeld is de steun die het college nu (onder wethouder Baljé, ere wie ere toekomt, het resultaat telt) wil verlenen aan het Vermeercentrum, een ander nieuw initiatief dat de stad meer cultureel smoel geeft. U weet (of misschien ook niet) dat GL het Vermeercentrum altijd heeft gesteund als een realistisch idee om meer te doen met de beroemdste Delftenaar ter wereld. Bacinol, Lijm en Cultuur en Vermeercentrum zijn belangrijk voor een brede invulling van de strategie van Delft Kennisstad. Delft Kennisstad is meer dan Technopolis. Het is ruimte geven aan creatieve netwerken, ze opsporen en met elkaar in contact brengen. Het is soms ook een oefening in de kunst van het loslaten: niet alles willen regelen als overheid, niet alles technisch willen oplossen, maar lucht geven, soms letterlijk in de marges van de stad nieuwe initiatieven laten opborrelen en mensen de kans geven eigen verantwoordelijkheid te nemen. Een stad als Delft kan zich alleen maar kan ontwikkelen door vrije burgers die zich kunnen ontplooien. Mensen die zich kunnen emanciperen uit achterstandssituaties en letterlijk en figuurlijk ruimte hebben voor creativiteit, mannen en vrouwen die, waar ze oorspronkelijk ook vandaan komen, zich lekker voelen in hun eigen Delft.
Programmabegroting als keurslijf?
Terug naar de programbegroting. “Wim, hou het luchtig”, zegt mijn fractie. Maar wat moet ik dan met zinnen als: 'Het Basta-project zal in 2005 worden gecontinueerd. Ook wordt de RMC-functie voortijdig schoolverlaten binnen het project Sluitende aanpak 16-23 jarigen in 2005 uitgebreid met aspecten van woonbegeleiding.’ Het zal best voorzitter, maar wij zeggen basta tegen dit beleidChinees en dienen hierbij een motie in waarbij we u opdragen ons dergelijke zinnen niet meer te doen toekomen. En hoe vinden we in de duale programmabegroting het zicht terug op grotere, omvattende doelstellingen zoals emancipatie? Over een oplossing van dat probleem gaat onze tweede motie Bijten we ons als gemeenteraad niet in onze eigen staart met een uitputtende behandeling van de 3W-vragen? Is het niet zo dat de begroting straks alleen nog voor specialisten te doorgronden is? En dan, ik zij het net al, lezen wij te vaak passages of berichten waarin het conform de tijdgeest alleen maar gaat om zaken die “moeten” of “niet mogen”. De programmabegroting als keurslijf. Nieuwkomers moeten integreren en participeren. Het woord emanciperen lijkt uit het inburgeringswoordenboek verbannen. Delft moet grafittivrij worden. Wij dachten juist dat Delft zich wil onderscheiden door het aanbieden van vrijplaatsen voor graffiti. Jongeren mogen in de zomer niet meer van de bruggen springen, want het zou eens gevaarlijk kunnen zijn. Elkaar ontmoeten en gezellig hangen rond het station wordt een verboden samenscholing. In peuterspeelzalen moeten achterstanden tegengegaan worden. Wij dachten dat ze er waren voor de kinderen om te spelen en voor ouders om elkaar te ont-moeten. Welzijn wordt meer en meer zorg-elijk. Evenementen mogen niet zomaar leuk zijn, maar moeten passen in de stadsmarketing. Stringent beleid om de geluidsnormen te handhaven dreigt zo langzaam aan een ernstige belemmering te worden voor het uitgaansleven.
Terzijde: een derde motie gaat over goede communicatie over het nieuwe peuterspeelzaalbeleid, wij merken dat er bij ouders erg veel misverstanden over bestaan.
Zes creatieve uitdagingen.
Het gaat ons hier niet om de afzonderlijke voorbeelden en de argumenten voor en tegen en we vragen het college dan ook niet om ons op deze punten nog eens een keer uit te leggen hoe het zit. Alstublieft, legt u het niet nog een keer uit. Het gaat ons om een ondertoon in de gemeentelijke politiek, een ondertoon van moeten in plaats van kunnen en willen en van verbieden in plaats van stimuleren. Voorzitter, een stad die zogenaamde creatieve klasse aan zich wil binden moet creatieve oplossingen voor de toekomst weten te vinden. We zetten zes uitdagingen op een rijtje.
1. Zorg ervoor dat Technopolis meer wordt dan een bedrijventerrein, een bron van arbeidsplaatsen en een verkeersprobleem. Ontwikkel er voorzieningen die creatieve ontmoetingen mogelijk maken en denk na over de manier waarop de inrichting van het gebied die kan bevorderen. Stimuleer op het terrein ondersteunende diensten die ook werkgelegenheid voor lager geschoolden opleveren, van boodschappendiensten en kinderopvang tot fietsbandenplakkers en meubelmakers. Maak er vooral geen doorsnee bedrijventerrein van met dezelfde, los van elkaar staande gebouwen. Stel (binnen de budgetten) een 'kennismaker'aan die als taak heeft kwaliteit, creativiteit en samenwerking binnen Technopolis èn met de rest van de stad te bevorderen.
2. Meervoudig grondgebruik heeft de toekomst, maar is erg duur. Het beste voorbeeld (naast de spoortunnel natuurlijk) zijn parkeerplaatsen en fietsenstallingen onder de gebouwen, liefst ondergronds: Een prachtoplossing voor het ruimtevretende straatparkeren, maar ogenschijnlijk onbetaalbaar. Ontwikkel samen met mogelijke partners als corporaties, hoogheemraadschap en kennisinstituten een scenario, als allergrootste ruimtelijke uitdaging voor de compacte stad op de langere termijn. Hoe zou je kunnen komen tot ondergronds parkeren in alle wijken? Hoe duur zou dat bij benadering zijn? Wie kan er aan mee betalen? Kan Europa hierbij een rol spelen? Delft is immers speciaal met zoveel woningen, bedrijven en activiteiten op relatief weinig grond? Wat levert het aan ruimte en mogelijkheden bovengronds op? Kortom, laten we 'onderduiken'. We vragen het college hierover een oriënterende discussie met de raad voor te bereiden.
3. Inhaleren: Als één stad het in potentie kan, is het Delft. Wij hebben kennis die ingeschakeld kan worden om tot een ambitieus en haalbaar actieplan voor gezonde luchtkwaliteit te komen. Bij nieuwe plannen kunnen we die al inzetten, Geavanceerde luchtfilters in de parkeergarages, een uitgekiend bomen- en groenplan in nieuwe wijken en combinaties van milieufuncties, zoals nu al in Zuidpoort. Wie vindt het nog aanvaardbaar dat duizenden kinderen in ongezonde lucht leven? Wij niet. Voor GroenLinks is dit een punt waar Delft voorop in moet willen lopen! Zelf het voorbeeld stellen, een uitgekiend LVVP vaststellen, maar ook met het rijk onderhandelen over de overlast van de A13 en het bovengrondse spoor.
4. Uitlaatkleppen. Het ene beleid kan het andere in de weg staan. Zo heb je geluidsnormen en je wilt dat er een vitaal uitgaansleven is in de stad. Duidelijk is dat er knelpunten zijn. Een inventarisatie daarvan is toegezegd. Laten we ervoor zorgen dat problemen kunnen worden opgelost. De gemeente kan de betrokken ondernemers en organisaties daarbij helpen. Laten we niet met de ene hand afbreken wat we met de ander opbouwen, onze inwoners kunnen niet zonder 'uitlaatkleppen'. Hierover dienen wij een amendement in.
5. Stop de pleinvrees. Stationspleinen zijn bij uitstek ontmoetingspleinen. Delft verdient een creatiever en levendiger stationsplein. Denk aan kleur en fleur, kiosken, roddelbankjes, een toegankelijk openbaar toilet. Kortom: verbeter de uitstraling door gerichte ingrepen op het plein. Organiseer een prijsvraag en stel uit het krediet voor de spoorzone 50.000 euro beschikbaar om de mooiste dromen te kunnen verwezenlijken. Daarvoor dienen we een amendement in.
6. Ont-moetingen: we hebben een gedetailleerd programmahoofdstuk over integratie, maar hoe staat het nu echt met Delft als multiculturele stad, hoe ont-moeten de verschillende groepen Delftenaren elkaar op of in scholen, verenigingen, bedrijven en culturele instellingen? Is er vooruitgang of niet? We vragen het college hiervoor in het komende jaar de stand van zaken in kaart en in beeld te brengen en het proces een zet te geven door eindelijk het door ons gewenste multiculturele festival te organiseren.
College en raad: als wij deze uitdagingen het komende jaar kunnen oppakken mogen we ons met recht een creatieve stad noemen!
Overigens zijn wij van mening dat het dragen van snorren door leerlingen in het basisonderwijs verboden moet worden.