Delftse Week tegen de armoede: confronterende feiten en kansen voor beleid

Hoewel het aantal huishoudens met een laag inkomen in een periode van vijf jaar (2002-2007) redelijk constant bleef, is de groep lage inkomens in Delft steeds meer uit 65-plussers en “werkende armen” gaan bestaan, en steeds minder uit uitkeringsgerechtigden en zelfstandigen.

Dat is een van de confronterende feiten van de Monitor Lage Inkomens Delft die afgelopen woensdag in het kader van de Week tegen Armoede tijdens een conferentie over armoedebestrijding in de Sacramentskerk gepresenteerd zijn. Armoede kan iedereen overkomen en is heel dichtbij. Dus weg met misplaatste vooroordelen, zoals “arme mensen zijn lui” en “eigen schuld dikke bult”.

Een ander cijfer komt hard aan: 19% van alle huishoudens in Delft hebben een laag inkomen, met andere woorden 1 op de 5 Delftse huishoudens. Dit percentage is iets hoger dan gemiddeld genomen in de rest van Nederland, maar dat is niet ongewoon voor de grotere steden. Reden genoeg voor een passend beleid en effectieve samenwerking met initiatieven in de stad. Het Delftse anti-armoedebeleid en de Delftse Pact tegen Armoede met meer dan 70 partners in de stad zijn dus onmisbaar.

Onder huishouden met een laag inkomen wordt verstaan huishouden met een inkomen dat niet hoger is dan 130% van de bijstandnorm. Dat is ook de doelgroep van het Delftse anti-armoedebeleid. Armoede gaat niet over geld alleen, maar ook over het niet kunnen participeren in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan kinderen uit huishouden met een laag inkomen die niet op schoolreis mee kunnen gaan of die niet in verenigingsverband kunnen sporten. Vaak is er sprake van een meervoudige problematiek: een laag inkomen gecombineerd met verslaving, sociaal isolement en laaggeletterdheid (In Delft kan 10% van de inwoners, vaak mensen die in Nederland zijn geboren, niet lezen of schrijven). Een effectief anti-armoedebeleid moet naast financiële ondersteuning genoeg voorzieningen en regelingen bieden om participatie in de samenleving mogelijk te maken.

Kenmerkend in Delft is het empowerment principe achter het anti-armoede-beleid. Doelstelling is dat mensen hun eigen kracht ontdekken, (weer) geactiveerd worden en bijdragen aan de samenleving. Kortom, het investeren in mensen levert een goed rendement voor de samenleving op. Dat kan in de vorm van het betalen van belasting vanuit betaald werk, of andere baten die in het totale financiële plaatje meegenomen moeten worden. Denk aan vrijwilligerswerk of het optreden van ambassadeurs die moeilijk bereikbare mensen betrekken of het voorkomen van ergere problemen. Een financiële leek begrijpt al dat een begrotingskorting op investeringen zoals het anti-armoede beleid kortzichtig, contraproductief en op lange termijn duur is.