Snel aan de slag met de Gasthuisplaats

In de commissie Ruimte en Verkeer sprak de raad over de ontwikkeling van de Gasthuisplaats. Met bewoners en met elkaar. Vorig jaar besloot het college de ontwikkeling in de ijskast te zetten. Vanavond besloot de raad dat juist niet te doen en de Gasthuisplaats aan te pakken.

GroenLinks is teleurgesteld dat de ontwikkeling Gasthuisplaats zo lang op zich laat wachten. Het is een uniek initiatief vanuit bewoners om een actieve rol te spelen in de ontwikkeling van hun omgeving, dat al jaren bestaat. Met als hoogtepunt het symposium in 2005, waar twee architecten twee verschillende ontwerpen presenteerden voor de invulling van de Gasthuisplaats.

Vorig jaar besloten wethouders Merkx en Koning de ontwikkeling van deze lelijke plek in de stad in de ijskast te zetten en voor onbepaalde tijd uit te stellen. Erg jammer. Vooral gezien het feit dat Delft juist zo goed bezig is met de aanpak van lelijke plekken: Doelengebied, Zuidpoort, Kromstraat, Kruisstraat.

Uit de nota en het gesprek met bewoners en college blijkt dat het grootste knelpunt financieel van aard is. Er is aan gerekend en er is een tekort van € 1.5 mio veroorzaakt door kosten voor archeologisch onderzoek, maar vooral door de compensatie van 82 vergunninghoudersplaatsen die op de exploitatie drukt. Het project wordt zo onbetaalbaar. 

Het college stelde voor de ontwikkeling van de Gasthuisplaats uit te stellen en in 2014 met een nieuwe financiële analyse te komen. GroenLinks vindt dat te voorzichtig, te weinig ambitieus. Delft moet de kansen in de binnenstad benutten en daarin niet te afwachtend zijn. Daarom willen wij liever kijken hoe we de Gasthuisplaats wél kunnen ontwikkelen.

Op compensatie van 82 vergunningparkeerplekken in een ondergrondse garage mag het niet hangen. Een meerderheid in de commissie voelt voor het schrappen van de compensatie van de 82 plekken op die plek en zal het college in de komende raadsvergadering vragen naar alternatieven te kijken én met de Gasthuisplaats aan de slag te gaan.

GroenLinks vraagt zich af of je de parkeerdruk als gemeente niet actiever zou moeten beïnvloeden met een herijkt parkeerbeleid. Bijvoorbeeld door een stricter uitgifte van parkeervergunningen in de binnenstad (bijvoorbeeld van tweede parkeervergunningen) of de bouw van autoloze woningen.