Duurzaamheid aan de markt overlaten is hardnekkige denkfout

Voor duurzaamheid kunnen de ambities wat GroenLinks betreft niet hoog genoeg zijn. BREEAM excellent moet in de Spoorzone haalbaar zijn. Maar we moeten ons wel realiseren dat BREEAM slechts een meetinstrument is. Er zullen nog allerlei duurzaamheidsmaatregelen geformuleerd moeten worden en we zullen consequent de meest duurzame keuzes moeten maken. Helaas wordt de hoge ambitie ontkracht door een zinsnede in het raadsvoorstel, dat het college het maximaal haalbare met zo min mogelijk kosten wil bereiken. Dat werkt natuurlijk niet. Zo ga je voor de goedkoopste maatregel in plaats van de meest waardevolle oplossing. Duurzaamheid loont! Dat mag toch inmiddels wel bekend zijn.

GroenLinks is het niet eens met het uitgangspunt van het college dat ze met zo min mogelijk kosten een zo maximaal mogelijke duurzaamheid wil bereiken. Het leidt tot gekruidenier over duurzaamheidsmaatregelen, en gaat totaal voorbij aan wat duurzaamheid oplevert. Het geeft een verkeerd signaal af en werkt niet enthousiastmerend. Het legitimeert ontwikkelaars en andere betrokken partijen om òòk voor de goedkoopste oplossing kiezen. Partijen zijn nog steeds terughoudend om een extra investeringen te doen indien de terugverdientijd de exploitatieduur overstijgt. Als de meerwaarde van een duurzaamheidsmaatregel niet direct zichtbaar is, of als de meerkosten bij niemand in rekening kan worden gebracht, dan zal die maatregel alleen met overheidsgeld gerealiseerd kunnen worden. Op de huidige beperkte financiële ruimte moet je niet altijd reageren met bezuinigen, mijden van risico en het wegsnijden van ‘franje’. Duurzaamheid is geen franje! Als je de meerwaarde van duurzaamheid voldoende concreet maakt, dan is er altijd wel een weg te vinden, ook een financiële.